Bieten rap de grond in, maar korst remt opkomst

Bijna 70 procent van het Nederlandse areaal suikerbieten is ingezaaid, blijkt uit de nieuwste cijfers van Cosun Beet Company van begin deze week. Dit betekent dat er flink gas is gegeven, want tot begin vorige week zat 28 procent van het zaad in de grond. Bieteninstituut IRS meldt dat korstvorming is ontstaan op diverse in maart gezaaide percelen.

Bieten+rap+de+grond+in%2C+maar+korst+remt+opkomst
© Koos van der Spek

Vooral in het zuidwesten en Flevoland is de inzaai van suikerbieten vergevorderd. Zeeuws-Vlaanderen gaat aan kop met een ingezaaid areaal van 92,5 procent, gevolgd door de Zeeuwse eilanden (92,4 procent), Noordoostpolder (90 procent), Flevoland (89,5 procent) en West-Brabant (87,9 procent).

Opvallend is de inhaalslag die bietentelers in Flevoland en de Noordoostpolder hebben gemaakt. Een week eerder zat in deze teeltregio’s respectievelijk nog maar ruim 41 en 30 procent in de grond. Daarnaast zijn Gelderse en Limburgse bietentelers vorige week flink opgeschoten. In deze regio’s zit inmiddels ook ruim de helft tot driekwart van het bietenzaad in de grond.

Achterblijver is regio Oost-Brabant. In dit gebied zat tot begin deze week nog maar 41,4 procent in de grond. Ook noordelijke kleigronden (53,3 procent) en noordelijke dal/veengronden (54 procent) blijven iets achter op het landelijk gemiddelde van 66,4 procent. Dit betekent dat nu ongeveer 50.000 hectare is gezaaid, gebaseerd op een totaal in te zaaien areaal van 75.000 hectare in 2026.

Korst belemmert opkomst

Volgens bieteninstituut IRS is op verschillende bietenpercelen die in maart zijn gezaaid een korst aan de oppervlakte ontstaan. Dit komt doordat op de betreffende slempgevoelige gronden na het zaaien regen is gevallen, gevolgd door droog weer. Op percelen waar bieten boven moeten komen, zorgt dit voor problemen.

IRS adviseert telers te kijken of planten zich onder, tegen of in de korst bevinden. Aan de hand daarvan kan volgens het instituut de geschiktste maatregel worden bepaald. Alleen als de plantjes zich nog onder de korst bevinden, is mechanisch korstbreken aan te raden. Bij voldoende scheuren boven de zaairij kunnen planten doorgaans nog een weg naar boven vinden.

Let op beschadigingen

Verder is het verstandig om bij het breken van de korst gebruik te maken van de zachte grond in de ochtend. Daarbij is het van belang om goed te kijken of de bietenplanten niet beschadigd raken en de intensiteit of rijsnelheid daarop af te stemmen. Voor wat betreft de mechanische manieren van korstbreken wijst IRS op een wiedeg, cambridgerol en dieptewielen. Telers kunnen ook zaaielementen van een zaaimachine over de rij laten lopen.

Omdat de komende tijd nauwelijks regen wordt verwacht, is opkomstberegening ook een optie. Wordt voor deze maatregel gekozen, dan is een gift van circa 10 millimeter voldoende als de bieten op het punt van doorkomen staan. Bij uitblijvende regen kan nogmaals beregenen nodig zijn.

Vooral in het zuidwesten en Flevoland is de inzaai van suikerbieten vergevorderd. Zeeuws-Vlaanderen gaat aan kop met een ingezaaid areaal van 92,5 procent, gevolgd door de Zeeuwse eilanden (92,4 procent), Noordoostpolder (90 procent), Flevoland (89,5 procent) en West-Brabant (87,9 procent).

Opvallend is de inhaalslag die bietentelers in Flevoland en de Noordoostpolder hebben gemaakt. Een week eerder zat in deze teeltregio's respectievelijk nog maar ruim 41 en 30 procent in de grond. Daarnaast zijn Gelderse en Limburgse bietentelers vorige week flink opgeschoten. In deze regio's zit inmiddels ook ruim de helft tot driekwart van het bietenzaad in de grond.

Achterblijver is regio Oost-Brabant. In dit gebied zat tot begin deze week nog maar 41,4 procent in de grond. Ook noordelijke kleigronden (53,3 procent) en noordelijke dal/veengronden (54 procent) blijven iets achter op het landelijk gemiddelde van 66,4 procent. Dit betekent dat nu ongeveer 50.000 hectare is gezaaid, gebaseerd op een totaal in te zaaien areaal van 75.000 hectare in 2026.

Korst belemmert opkomst

Volgens bieteninstituut IRS is op verschillende bietenpercelen die in maart zijn gezaaid een korst aan de oppervlakte ontstaan. Dit komt doordat op de betreffende slempgevoelige gronden na het zaaien regen is gevallen, gevolgd door droog weer. Op percelen waar bieten boven moeten komen, zorgt dit voor problemen.

IRS adviseert telers te kijken of planten zich onder, tegen of in de korst bevinden. Aan de hand daarvan kan volgens het instituut de geschiktste maatregel worden bepaald. Alleen als de plantjes zich nog onder de korst bevinden, is mechanisch korstbreken aan te raden. Bij voldoende scheuren boven de zaairij kunnen planten doorgaans nog een weg naar boven vinden.

Let op beschadigingen

Verder is het verstandig om bij het breken van de korst gebruik te maken van de zachte grond in de ochtend. Daarbij is het van belang om goed te kijken of de bietenplanten niet beschadigd raken en de intensiteit of rijsnelheid daarop af te stemmen. Voor wat betreft de mechanische manieren van korstbreken wijst IRS op een wiedeg, cambridgerol en dieptewielen. Telers kunnen ook zaaielementen van een zaaimachine over de rij laten lopen.

Omdat de komende tijd nauwelijks regen wordt verwacht, is opkomstberegening ook een optie. Wordt voor deze maatregel gekozen, dan is een gift van circa 10 millimeter voldoende als de bieten op het punt van doorkomen staan. Bij uitblijvende regen kan nogmaals beregenen nodig zijn.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    13° / 4°
    55 %
  • Maandag
    13° / 4°
    35 %
  • Dinsdag
    15° / 1°
    10 %
Meer weer